06 mei 2012

Potter: animals & drawing

Beatrix Potter (1866-1943), bekend door The Tale of Peter Rabbit en andere geïllustreerde dierenverhalen voor kinderen, was zeer begaafd en veelzijdig (ze hield als meisje een dagboek bij in een zelfbedacht geheimschrift waarvan de ontcijfering jaren heeft gevergd). Zij verrichtte wetenschappelijk onderzoek op mycologisch gebied (schimmels), dat wegens haar sekse niet naar waarde werd geschat. Vervolgens had zij veel succes met haar kinderboeken, en ten slotte wijdde ze zich met grote bekwaamheid aan het boerenbedrijf en de natuurbescherming. Margaret Lane heeft een mooie biografie over haar geschreven: The Tale of Beatrix Potter. Potter was als kind al gek op dieren, en in haar kinderkamer ging het zo toe:
She drew and painted the pressed flowers that they had brought home in blotting paper; studied the skeletons of field-mice; reared a family of snails in a plant-pot, and kept a day to day record of their lives. And soon there was a pair of mice concealed in a box, and fed on milk and cracker crumbs after supper; and a rabbit which was supposed to live in a hutch in the back garden but which was generally stretched in civilized ease on the hearthrug, blinking at the fire; and bats, which hung upside-down in a parrot cage, and came zig-zagging across the room at dusk and settled on her fingers; and a hedgehog called Tiggy who drank out of a doll’s tea-cup and eventually sickened, and was buried with dreadful tears in the back garden.
Over haar drang tot afbeelden schreef Potter, toen ze een jaar of zestien was en aan depressies leed:
‘It is all the same, drawing, painting, modelling, the irresistible desire to copy any beautiful object which strikes the eye. Why cannot one be content to look at it? I cannot rest, I must draw, however poor the result, and when I have a bad time come over me it is a stronger desire than ever, and settles on the queerest thing, worse than queer sometimes. Last time, in the middle of September, I caught myself in the back yard making a careful and admiring copy of the swill bucket, and the laugh it gave me brought me round.’
(M. Lane, The Tale of Beatrix Potter, herziene uitgave (1968), pp. 36 (‘She drew ...’), 53 (‘It is all ...’); N.B.: In een eerdere editie had de biografe het moeten stellen zonder kennis van het dagboek, dat toen nog niet ontcijferd was.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen